Interview / ’Schoonheid lijkt taboe voor architecten’
Het functionele bouwen van het modernisme heeft geleid tot een onttovering van onze gebouwde omgeving, vindt filosoof Jan den Boer. Hij wil schoonheid en gevoel terug in de architectuur.
Er is ruzie in Delft. Over de vraag of het nieuwe stadskantoor met stationshal een rood bakstenen gebouw wordt of eentje met veel glas en staal. Op het oog is het een ordinaire architectentwist over aanbestedingsprocedures en verkeerd beoordeelde prijsvragen. Maar volgens Jan den Boer, stedenbouwkundig projectmanager en filosoof, raakt dit geschil aan de kern van het moderne architectuurdebat.
„In Delft”, zegt Den Boer, „heeft het publiek liever het nostalgische bakstenen gebouw van architect Sjoerd Soeters, alleen de deskundigen geven de voorkeur aan het modernistische ontwerp van Rudy Uytenhaak. Zo gaat het de laatste jaren in heel Nederland: aan de ene kant staat de consument met zijn hang naar romantiek, die in het ergste geval resulteert in sentimentele boerderettes, aan de andere kant staat de deskundige architect die, vertrouwend op zijn verstand, economisch verantwoorde kantoren uit de grond stampt, waarbij de menselijke maat ondergeschikt is aan de functionele bruikbaarheid.”
Jan den Boer publiceerde een paar weken geleden het boek ’Passie voor de stad; naar een nieuwe betovering van de gebouwde omgeving’. Daarin beschrijft hij deze waterscheiding. De grote verhalen over architectuur gaan óf over het functionele modernisme, óf over het romantische bouwen. Volgens Den Boer beroepen modernisten zich op de rationaliteit, de romantici op de emotie. „Deze tegenstelling heeft in onze oude steden letterlijk tot een tweedeling geleid: romantische monumentale binnensteden en moderne functionele nieuwbouwwijken.”
Omdat niemand gezellig een dagje gaat slenteren in zo’n functionele nieuwbouwwijk, zal de gewone voetganger snel concluderen dat we met rasse schreden moeten terugkeren naar de romantische praal van weleer. Daar is het Den Boer in zijn boek niet om te doen. „De argumenten van de modernisten zijn begrijpelijk”, zegt Den Boer. „Onze oude binnensteden waren onbereikbaar geworden en de gebouwen voldeden niet meer aan de eisen van de moderne werknemer. Komt bij dat men destijds, in de Romantiek, bouwde voor de machthebbers en voor de rijken, en dat de modernisten nu voor iedereen bouwen. Ongeremde emotie kan trouwens ook gevaarlijk zijn. Kijk naar de Duitse nationaal-socialistische architect Albert Speer: hij beriep zich op allerlei emoties, zijn gebouwen riepen die ook op, maar toch zouden we ze niet in onze steden terug willen zien.”
Het gaat Den Boer om een derde weg, een weg waarin het woord ’schoonheid’ centraal staat: „Het functionele bouwen van het modernisme heeft geleid tot een onttovering van onze gebouwde omgeving. Het woord ‘schoonheid’ is bijna een taboe-onderwerp geworden onder ontwerpers, omdat het niet rationeel te definiëren is. Op dezelfde manier was ‘het gevoel’ in de wetenschap ook lange tijd uitgebannen, omdat er niet rationeel over gesproken kon worden en het niet te onderzoeken was. De Duitse filosoof Jürgen Habermas sprak in dit verband over de kolonisatie van de leefwereld door de wetenschap.’’
Hadden die wetenschappers en ontwerpers dan ongelijk? Kunnen we wel wat zeggen over al onze prachtige gevoelens zonder te gaan zweven? Ja, zegt Den Boer. „De wetenschap gaat verder, en uit recent onderzoek van de neurowetenschapper Antonio Damasio blijkt dat gevoel één van de meest essentiële kwaliteiten van de mens is. Is je gevoelscentrum beschadigd, dan kun je een IQ hebben van 140, maar je komt niet tot keuzes. Dus zuiver rationeel kunnen kiezen, en zuiver rationeel kunnen ontwerpen blijkt een illusie.’’
Volgens Den Boer is nog belangrijker dat Damasio een verschil ontdekte tussen emoties en gevoelens. „Ons brein stellen we ons graag schematisch voor: links gevoel en emotie, rechts het rationele denken. Damasio meent dat we een driedeling moeten maken: emoties, gevoelens, en gedachtes.
Ons bewustzijn laat emoties door bemiddeling van gevoelens doordringen tot het denkproces.
Het verschil tussen emoties en gevoelens is gemakkelijk uit te leggen. Een emotie is een ervaring in onze onderbuik, waarbij we een sterk besef van gelijk hebben; een gelijk dat ook nog onmiddellijk in daden moet worden omgezet. Agressie is zo’n emotie. Een gevoel is een bewuste emotie, maar geen cognitief denkproces. In de onderscheiding van Damasio zijn gevoelens opener en vrijer, zij zijn ook minder dictatoriaal dan emoties. Damasio definieert schoonheid en spiritualiteit als gevoelstoestanden. Wie schoonheid ervaart, heeft niet de drang onmiddellijk in actie te komen, voelt ook niet de behoefte zich direct te uiten. Dergelijke gevoelens van schoonheid kunnen in woorden geuit worden, maar die zijn poëtischer dan hun emotionele tegenhangers.”
In zijn boek interviewt Den Boer de architect Ashok Bhalotra, die in Nederland vooral bekend werd van de wijk Kattenbroek, ten noorden van Amersfoort. Bhalotra vertelt dat architecten soms met prachtige ontwerpen komen, maar met verkeerde verhalen. Als Bhalotra hen daar op wijst, beginnen ze te rationaliseren. Hij onderbreekt hen en stelt voor niet verder te praten.
Bhalotra: ’Sommige architecten hebben namelijk niet door welke schoonheid ze op tafel leggen. Het kan zo zijn dat ik in een ontwerp schoonheid zie die nog nauwelijks zichtbaar is, die zich nog verder moet laten ontrafelen.’
„Bhalotra”, zegt Den Boer, „is een van de weinige architecten die het woord ‘schoonheid’ onbeschroomd in de mond neemt, en er ook bij zegt dat het gevoel voor schoonheid tijd en ruimte nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen. Te veel emoties en te veel gedachtes verstoren die ontwikkeling. Dat besef is niet nieuw, ook in het boeddhisme wordt gesproken van verstorende gedachtes en verstorende emoties. Meditatie is erop gericht dergelijke emoties en gedachtes los te laten.”
Voorlopig is het nog een brug te ver om aankomend architecten aan de TU in Delft te laten mediteren over schoonheid. Zij spreken over een goed gebouw, een slecht gebouw, over functies. Jan den Boer laat een foto zien van het nieuwe centrum van Almere, dat door de wereldberoemde architect Rem Koolhaas wordt vormgegeven. „Koolhaas heeft een modern idee van de openbare ruimte. In onze hedendaagse samenleving leven we in dozen: een mens zit in een auto, vervolgens op kantoor, daarna weer in de auto, en ten slotte in zijn huis. Bij deze cultuuropvatting passen geen harmonieuze gebouwen, waartussen je prettig kunt slenteren maar functionele kantoren waarin het goed werken is. En omdat de eisen aan zo’n werkomgeving over dertig jaar anders zijn dan nu, is het economisch verantwoord het tegen die tijd weer te slopen, of er een andere gevel aan te plakken. Gevolg is wel dat in Almere de pleinen tussen die gebouwen zelfs midden in de zomer uitgestorven zijn, en ik me er nogal verlaten voel.”
Een foto op een pagina ernaast toont De Resident in Den Haag. Den Boer: „Ik vind dat nieuwe stadsdeel in het centrum van Den Haag mooi en je merkt ook dat voetgangers zich er thuis voelen, maar voor een moderne architect neigt deze buurt naar kitsch: te veel ornamenten, te veel detaillering, te veel verschillende stijlen, te weinig subtiel. Ik zou de Resident daarom scharen onder de romantische opvatting.”
Kent Nederland plaatsen waar schoonheid niet verpulverd wordt door economische functies en niet verpietert tussen overvloedige versieringen? Den Boer: „Zeker, in de oude binnensteden is de balans altijd goed gevonden. De grachtengordel in Amsterdam is ooit zeer functionalistisch opgezet, waarbij men de menselijke maat in de gaten hield en genoeg detailleringen aanbracht zodat het oog zich niet verveelt.”
„Maar u bedoelt waarschijnlijk moderne architectuur? Het Java-eiland in het oostelijk havengebied van Amsterdam vind ik zondermeer geslaagd. Het Java-eiland is functioneel en bij de bouw zijn uiterst moderne technieken gebruikt, maar het gebied is niet protserig, heeft voldoende individualiteit, en er zijn ook nog allerlei binnenterreinen waar je je thuis kunt voelen. Op het Java-eiland zie je de integratie waar het mij om gaat, waarbij zowel de kwaliteiten van het modernisme als van de romantiek gebruikt worden. Ja, hier is schoonheid te vinden, hier vind je het gevoel van Damasio terug.”
Jan den Boer: Passie voor de stad; naar een nieuwe betovering van de gebouwde omgeving. Uitg. Synthese; 189 blz; ISBN 978 9062710232.
Uw Reactie?
U kunt ons uw mening of reactie laten weten via het onderstaande formulier.
Wij zullen de reactie controleren en eventueel bij het bericht plaatsten.