Reactie op Premie op illegale bewoning recreatieobjecten?
De publicatie van onderstaand artikel in “Bouwregels in de praktijk” werd vooraf gegaan door enige discussie tussen de auteur en het Ministerie van VROM. Het artikel eindigt zelfs met een aantal vragen aan VROM, die in deze bijlage onmiddellijk van een antwoord worden voorzien door mr.ing. Bert Rademaker, senior beleidsadviseur bij DG Wonen.
Opmerking VROM: De minister heeft twee onderzoeken laten uitvoeren naar de mogelijkheden om bij wet senioren in Nederland, onder voorwaarden, toe te staan permanent in hun recreatiewoning te wonen. Dit heeft geleid tot een voorstel van de minister aan de Tweede Kamer, de zogeheten “ouderenregeling” (brief 29 november 2005). Bij behandeling van deze brief in de Tweede Kamer op 8 februari 2006 bleek echter, dat er voor deze ouderenregeling geen draagvlak is. De Kamer is geen voorstander van het treffen van een regeling voor een specifieke groep, omdat dit ten opzichte van anderen niet rechtvaardig is. Naar aanleiding van dit oordeel van de Tweede Kamer heeft de minister afgezien van een ouderenregeling.
De antwoorden die de VROM-Inspectie Regio Zuid op gaf op een tweetal vragen van de gemeente Haaren (NB) tijdens een overleg op 11 april 2006. gaf was, zo bleek, zeer “verruimend” te noemen.
Reactie VROM: De beleidsbrief gaat over recreatiewoningen, niet over chalets en stacaravans. Gemeenten hebben voor overige verblijven autonoom recht, behoudens de kaderstellende notitie voor gedogen die daarop van toepassing is. Als wordt voldaan aan veiligheids- en gezondheidseisen (interne veiligheid Bouwbesluit) en onderlinge afstand vanwege brandoverslag (externe veiligheid), kan de gemeente besluiten voor andere verblijven beleid te maken naar analogie van het Rijksbeleid. De VROM-Inspectie verwees naar overleg dat over deze materie met de gemeente Gilze-Rijen was gevoerd.
Het antwoord op vraag 2 was dat, conform de voorschriften van de recreatiebestemming en het beleid inzake onrechtmatige bewoning, een bouwvergunning mag worden verleend en een nieuwe persoonsgebonden gedoogbeschikking mag worden afgegeven voor tijdelijke woondoeleinden.
Reactie VROM: Een persoonsgebonden beschikking (pgb) kan worden afgegeven voor een persoon, gebonden aan een locatie. In dit geval is er geen relatie met het object, dat er op staat (wel met het gebruik op die locatie) en is de regeling ook van toepassing op een eventueel nieuw object. Indien er een objectgebonden pgb wordt afgegeven is dit niet het geval.
Als u de persoonsgebonden beschikking krijgt, sloopt u vervolgens de (oude) stacaravan en vraagt u bij de gemeente een bouwvergunning aan voor een nieuw te bouwen stenen recreatiewoning, die u wordt verleend omdat er zich, conform artikel 44 van de Woningwet, geen weigeringgrond voordoet. Uiteraard maakt niemand op het recreatiepark daar bezwaar tegen, laat staan dat er (hoger)beroep tegen wordt ingesteld, want allen zitten immers in hetzelfde schuitje.
Reactie VROM: Uiteraard kan in bestemmingsplanbepalingen zijn opgenomen, dat er wel stacaravans / chalets zijn toegestaan, maar geen recreatiewoningen. Dat is dit een weigeringgrond voor het afgeven van een bouwvergunning (conform artikel 44 van de Woningwet). Ook kan het gemeentelijk gedoogbeleid prohibitief (= verbiedend) zijn voor deze constructie.
Juridisch bezien, vervalt de persoonsgebonden gedoogbeschikking wanneer aan één van de door de Minister gestelde voorwaarden, dat de beschikking “object gerelateerd” is, niet meer wordt voldaan. Als er namelijk geen recreatieobject (de oude stacaravan) meer is, is de gedoogbeschikking komen te vervallen. Om dan vervolgens voor een (nieuw) recreatieobject een persoonsgebonden gedoogbeschikking af te geven, is mijns inziens wel héél ruim gedacht, omdat dit regelrecht in strijd is met het beleid van de Minister van VROM en dus ‘contra legem” is.
Reactie VROM: De persoonsgebonden beschikking (pgb) kan juridisch gezien komen te vervallen indien de gemeente deze ook ‘objectgerelateerd’ heeft opgesteld. De gemeente heeft immers de autonome vrijheid om naast de subject- of persoonsgebonden voorwaarden nog andere voorwaarden te stellen, mits deze niet in strijd zijn met het ministeriële beleid. Als in geval van tevens objectgerichte voorwaarden het oorspronkelijke recreatieobject er niet meer is, is de gedoogbeschikking vervallen.
Het afgeven van een nieuwe persoonsgebonden gedoogbeschikking voor het nieuw gebouwde recreatieobject is op grond van het beleid inzake onrechtmatige bewoning van recreatieobjecten volgens de Minister van VROM niet mogelijk, omdat niet wordt voldaan aan één van de in het beleid gestelde eisen, namelijk de peildatum van 31 oktober 2003. Op deze datum bestond het nieuwe recreatieobject namelijk niet en dus kan er ook geen gedoogbeschikking voor worden afgegeven.
Reactie VROM: Ongeacht de woonvorm – woning of stacaravan – werd er op de peildatum onrechtmatig gewoond. Daarom kan voor het nieuwe recreatieobject geen gedoogbeschikking worden afgegeven, tenzij de gemeente objectgerichte voorwaarden heeft gesteld. Dit is dus afhankelijk van het gemeentelijk beleid.
Tot slot het antwoord op een aantal prangende vragen :
- staat de gehele VROM-Inspectie achter hetgeen door de VROM-Inspectie Regio Zuid in de gemeente Haaren (NB) wordt verkondigd, of is dit te beschouwen als de plaatselijke opvatting van de VROM-Inspectie Regio Zuid;
Antwoord VROM: Inmiddels ja.
-
als deze mening landelijk door de VROM-Inspectie blijkt te worden gedeeld, wordt het beleid van de Minister van VROM dan op dit onderdeel aangepast en vindt er zodoende al weer een beleidsverruiming plaats;
Antwoord VROM: Nee; er vindt geen beleidsverruiming plaats, want de discussie gaat over een onderdeel waar het beleid niet op toeziet. Het beleid richt zich op recreatiewoningen, niet op stacaravans/chalets.
- is het wel de bedoeling van de politiek om de problematiek van de illegale permanente bewoning van recreatieobjecten op deze manier op te lossen;
Antwoord VROM: Doel van het beleid is om duidelijkheid te verschaffen richting burgers en om gemeenten een handreiking te bieden om problemen op te lossen. Of dat gaat via legalisatie, persoongebonden gedogen of handhaving, is een gemeentelijke bevogdeheid. Beide doelen worden bereikt.
- willen wij in dit land de vastgestelde regels nu wél of niet handhaven, of is het zo dat wij hier met een “papieren tijger” te maken hebben met de bedoeling dat wij elkaar dan weer gezellig bezighouden en onze ogen sluiten voor de echte problematiek die erachter schuilt ?
Antwoord VROM: De beginselplicht tot handhaven duidt aan dat er in beginsel moet worden gehandhaafd. Van belang is dat het bewust en weloverwogen plaatsvindt, binnen de kaders van het vastgesteld gedoogbeleid.
Uw Reactie?
U kunt ons uw mening of reactie laten weten via het onderstaande formulier.
Wij zullen de reactie controleren en eventueel bij het bericht plaatsten.