Model Bestemmingsplan Bepalingen.

Analoog aan de MBV blijkt er behoefte te bestaan aan een soortgelijke regeling op het gebied van bestemmingsplannen. Een analyse van de noodzaak tot het opstellen van Model Bestemmingsplan Bepalingen.

Als er een bestemmingsplan moet worden opgesteld, geven wij dat graag uit handen. Maar waarom ? Is het zo ingewikkeld, of lijkt dat maar zo. Ik denk dat de pijn hoofdzakelijk “tussen onze oren” blijkt te zitten. Een bron van ergernis daarbij zijn de begrips - en gebruiksbepalingen.      

Begripsbepalingen
Bestemmingsplannen staan bol van algemene kreten, waarbij begripsomschrijvingen voor perceelsgrens, bouwvlak en hoofdgebouw je om de oren vliegen. En kon je er nu nog maar iets mee, in de praktijk lijkt het wel of er maar wat wordt opgeschreven.  
Wat te denken van : “de hoogte van een gebouw wordt gemeten vanaf het maaiveld aan de voorgevel” of : “een bouwlaag is een verdieping waarin wordt gebouwd, waarbij een zolder of vliering niet als een bouwlaag wordt gerekend”. Een begripsbepaling die altijd veel stof doet opwaaien is de goothoogte : “de verticale afstand vanaf het horizontale snijvlak van het gevelvlak en het dakvlak tot aan de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein”.

Gebruiksbepalingen
Ook gebruiksbepalingen blinken niet uit in doordachtheid. Ook hier is het weer hetzelfde : niet goed doordacht, want het bestemmingsplan had vorig jaar eigenlijk al gereed moeten zijn. Wat te denken van : “onder strijdig gebruik wordt verstaan het gebruik van gronden voor het oprichten van een bepaald gebouw” of : “onder strijdig gebruik wordt niet verstaan de stalling van ten hoogste één caravan op het bij een andere woning behorend erf”.
Waarom verzinnen wij zulke onzin ? Omdat wij daar kennelijk geen goede definities voor lijken te kúnnen opstellen. We nemen er de tijd niet voor, het is helaas een compromis geworden, enz.!

Problemen bij rechtzaken
Veel begrippen uit verschillende regelgeving staan ook vaak haaks op die uit andere. En dat moet natuurlijk tot verwarring leiden. Een mooi voorbeeld vind ikzelf de begripsbepaling voor “bijgebouw”. Nergens wordt zoveel verwarring gezaaid en onkunde te berde gebracht als bij dit begrip. In het bestemmingsplan wordt hier meestal korte metten mee gemaakt door te omschrijven dat een bijgebouw  “een gebouw is dat vrijstaand of aangebouwd is”.

Ook bij rechtzaken blijkt dit keer op keer, maar wordt van een rechter verwacht dat die rechtspreekt. Het begrip “bijgebouw” heeft de rechter dan ook veel hoofdbrekens bezorgt en waarschijnlijk ook hoofdpijn. 
Uitspraak : “bij gebrek aan een definitie van het begrip bijgebouw in WRO, Bro en Woningwet, is dit een bouwwerk dat, zowel architectonisch als functioneel, ondergeschikt is aan het hoofdgebouw”. Maar wat is “architectonisch” - en “functioneel” ondergeschikt ? Als iemand zelf de functie van een bijgebouw verandert, dan blijkt dit ineens geen bijgebouw meer !

MBB analoog aan MBV
De vraag die zich opdringt is waarom deze problemen niet voorkomen bij de MBV, maar wel bij bestemmingsplannen. Het antwoord ligt in de vraag opgesloten, namelijk dat de MBV in principe statisch is en het bestemmingsplan zaken betreft die wij dagelijks “aan het kneden” zijn. Het is dan ook aan te bevelen zo snel mogelijk van overheidswege in te grijpen en, analoog aan de MBV, een MBB op te stellen.

Voordelen van de MBB.

De centrale overheid moet overigens niet denken dat zij er met de MBB dan is. Zolang er nog steeds méér i.p.v. minder regelgeving is en deze constant wijzigt, zal het niet rustiger “tussen de oren” van gemeenteambtenaren en rechters worden. Hé, zullen we de Wet op de Ruimtelijke Ordening nog eens gaan wijzigen !

Door: mr.ing. Sjouke Woudstra
Juridisch & bouwkundig consulent
Overheidsdienstverlening.nl
E-mail: info@overheidsdienstverlening.nl

 

Uw Reactie?

U kunt ons uw mening of reactie laten weten via het onderstaande formulier.
Wij zullen de reactie controleren en eventueel bij het bericht plaatsten.




verification code