Handboek Toezicht BWT

Voorwoord

 In 1901 werd de Woningwet ingevoerd. Met deze wet legde het kabinet Pierson de basis voor verbetering van de volkshuisvesting. Het doel van de Woningwet was de bewoning van slechte woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. Door invoering van de Woningwet 1901 werd het bouwen van woningen aan voorschriften gebonden. De laatste keer dat  de Woningwet een grote “make - over” kreeg was in 2007.

Minister Dekker verwoordde in de Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer onder meer als doelstelling van de Woningwet 2007: “De belangrijkste opgave op het terrein van de bouwregelgeving de eerst komende jaren ligt bij het in hoog tempo bereiken van een voldoende gewaarborgde kwaliteit van toezicht, controle en handhaving door gemeenten en, mede daardoor, een verbeterde naleving van de bouwregelgeving”. Over de verantwoordelijkheid hierin schreef de Minister: “de gemeenten zijn immers in de eerste lijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de verdere handhaving van de bouwregelgeving”.

Dit eerstelijns werkterrein omvat vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. Tijdens de vergunningverleningprocedure moet worden gezorgd dat (aannemelijk is dat) het bouwplan aan de bouwregels voldoet. Als de vergunning eenmaal is verleend moet worden gezorgd dat wordt gebouwd overeenkomstig de verleende bouwvergunning.

Het toezicht wordt geregeld in hoofdstuk VI (het toezicht op de volkshuisvesting) van de Woningwet 2007. Van oudsher bevatte de Woningwet voorschriften over het houden van toezicht door daartoe aangewezen ambtenaren. Door de jaren heen werd de reikwijdte van de voorschriften verruimd en heeft het in de wet bedoelde toezicht betrekking gekregen op alle bouwwerken waar de Woningwet op ziet.

Met de Woningwet 2007 is, qua inhoud en redactie, aansluiting gezocht bij de Algemene wet bestuursrecht. De term bouw - en woningtoezicht, die in de Woningwet 2001 stond, is in de Woningwet 2007 verdwenen. De Woningwet 2007 bepaalt dat burgemeester en wethouders zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV (de bouwparagraaf). Burgemeester en wethouders kunnen op grond van de Woningwet 2007 bij besluit ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bouwregelgeving.

Met het uit de wet verdwijnen van de term bouw- en woningtoezicht waren natuurlijk niet meteen de bestaande afdelingen bouw- en woningtoezicht verdwenen. Ambtenaren van bouw- en woningtoezicht konden, praktisch gezien, immers hun taak blijven vervullen nu zij door burgemeester en wethouders daartoe waren aangewezen. Nieuw was echter dat ook andere afdelingen het toezicht konden gaan uitoefenen, mits zij hiertoe waren aangewezen. De Woningwet 2007 schreef immers niet langer het inrichten van een bouw- en woningtoezicht voor.

Hoe ver de taak van het toezicht gaat blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis:

Het toezicht op de naleving [.…] omvat het uitvoeren van controles, het geven van voorlichting en adviezen en het geven van waarschuwingen in geval van dreigende overtredingen. Onder de toezichthoudende taak valt mede het nagaan in hoeverre bij bouwwerken of standplaatsen aanleiding bestaat om toepassing te geven aan het voorgestelde artikel 13 van de Woningwet. (thans Hoofdstuk III).

Met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 is een nieuwe mijlpaal bereikt in de manier waarop gemeenten hun toezichthoudende taken uitvoeren. In de Wabo is de bestuursrechtelijke handhaving geregeld in Hoofdstuk 5.

Doel van dit Handboek BWT met bijbehorende Checklijsten toezicht BWT is om de gebruikers ervan behulpzaam te zijn bij de uitvoering van hun toezichthoudende taak. Moge het Handboek BWT zijn weg vinden binnen toezichthoudend Nederland en zich ontpoppen tot een onmisbaar instrument voor een adequaat, efficiënt en beter toezicht op de bouw.

Wijk bij Duurstede, januari 2011


Vraag vrijblijvend een offerte aan.

Handboek toezicht BWT

In dit handboek is bouwtechnische kennis bijeengebracht voor het toezicht op de bouw. Het handboek is bedoeld als praktisch hulpmiddel voor de buiteninspecteur. Het bevat daarom geen diepgaande theoretische kennis maar vooral praktische richtlijnen en vuistregels.

Klik hier voor de volledige inhoudsopgave.

Voor de informatie over deze onderdelen is gekozen voor de volgende opzet:

  1. Beschrijving                                   (algemene informatie)
  2. Wet- en regelgeving                       (Bouwbesluit, NEN normen e.d.)
  3. Voorbereiding                                (van de start van de uitvoering)
  4. Controlepunten en vuistregels         (waar moet je op letten?)
  5. Voorbeelden                                  (foto’s, tekeningen)

Punt 4, controlepunten en vuistregels, geeft de meest praktische informatie voor de toezichthouder. Het geeft aan waar je op moet letten tijdens de uitvoering op de bouw en wat de bijbehorende vuistregels zijn.

Van  een enkel onderdeel kan de opzet afwijken, vanwege de aard van het onderwerp.

Vraag vrijblijvend een offerte aan.




verification code